Posts tonen met het label Neeltje Jans. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Neeltje Jans. Alle posts tonen

vrijdag 22 september 2017

Op naar de banjaard en neeltje jans

Voor wie in het oosten van het land woont, Deep Down South of juist Om de Noord, zijn het welhaast exotisch klinkende namen: de Banjaard en Neeltje Jans… Maar nadat ik nóg een nieuwe soort had gevangen op dat ene zo bijzonder soortrijke stekje in IJmuiden, besloot ik dat ik het tijd was om iets nieuws in Zeeland te gaan proberen. Ik richtte mijn peilen op het vangen van tarbot (Psetta maxima) en/of zwartooglipvis (Symphodus melops); twee bijzondere vissoorten die je elders langs onze kust niet zoveel zult zien, maar daar met enige regelmaat worden gevangen. En dan ook nog eens redelijk dicht bij elkaar; de lipvis vanaf het voormalige werkeiland Neeltje Jans in de monding van de Oosterschelde en tarbotjes van het Banjaardstrand, gelegen aan het zuidelijke eind van de Pijlerdam.

Het Banjaardstrand, dicht tegen de zuidkant van de Oosterscheldekering aan.

Bewapend met een zakje mosselen, wat gezoute zagertjes en een stuk aluminiumfolie (om eventueel de haakjes mee te versieren om zo zandspiering (Ammodytes tobianus) te vangen) stap ik in de trein. Vanaf het eindstation in Goes pak ik de bus naar de Banjaard en vanaf daar loop ik in 20 minuten naar de Oosterscheldekering. Daar begin ik aan de binnenkant langs en tussen de stenen te vissen, in de hoop op een zwartoog. Helaas krijg ik hier geen beten. Daarom loop ik over de Pijlerdam door naar het ongeveer halverwege gelegen Neeltje Jans, waar die lipvissoort ten slotte vaker gevangen zou zijn…


Op naar de Banjaard en Neeltje Jans 07
Mijn eerste tarbotje!

donderdag 4 juni 2015

Neeltje jans

Gisteren ben ik om 5:31 met de trein vertrokken naar deltapark Neetlje Jans. Mijn doel was om eerst met laag water stenen te keren en daarna met hoog water langs de kadewanden te vissen, in de hoop een botervis te vangen. Om half 10 kom ik aan (bedankt NS), om kwart over 11 is het laag water. Dus ik heb niet erg lang om met het handlijntje te vissen.

Tijdens het stenen keren kom ik alleen krabben, garnalen en zeesterren tegen. Niet één visje! Wanneer de golven bijna over de eerste stenen heen komen besluit ik naar het kadewandje te lopen. Ik heb nog wat kleine mestpiertjes en een zakje maden bij. Ik vis met een paternoster met 2 haakjes 14 er aan, één beaasd met pieren en de ander met maden. Al snel komen er zwarte grondels boven water. Na twee uurtjes heb ik er ongeveer 20 gevangen. Daarna valt het stil, ik krijg nog wel af en toe beet maar vang niets meer. Er zijn ondertussen heel veel kleine visjes recht voor mijn neus aan het scholen. Ik probeer ze een haakje 28 met een stukje pier eraan aan te bieden, maar ik krijg ze niet gevangen. Misschien toch maar ergens anders proberen.

Eerst loop ik naar het strand, daar merk ik al gauw dat dit met mijn reishengeltje niets op gaat leveren. Dan maar bij de steenstort proberen aan de overkant van het eerste kadewandje. Ik begin over de stenen te klauteren en zie al snel dat er hier ook heel veel kleine visjes zwemmen. Twee soorten door elkaar, grijsachtige visjes en iets langgerektere blauwige visjes. In één hoek van de stenen zit ik uit de wind, hierdoor is het een stuk makkelijk om met het minihaakje te vissen. De visjes zitten vrij hoog in het water en ze happen zo te zien
Je zou haast vergeten dat je in Nederland bent
naar kleine dingetjes die in het water vallen. Daarom haal ik mijn lood eraf en zet ik alleen één klein knijploodje net boven de onderlijn. Zo probeer ik te 'vliegvissen'. Zo gauw mijn aasje te ver zinkt gooi ik het opnieuw in. Eerst reageren de blauwe slanke visjes, ze willen wel, maar het haakje is veel te groot voor deze microvissen. Na een tijdje zuigt eentje zich vast aan het piertje, zonder hem te haken trek ik hem naar me toe. Maar voordat ik hem uit het water heb valt hij er vanaf. Daarom haal ik mijn aquarium-netje tevoorschijn, wat ik eigenlijk bij had voor tijdens het stenen keren. Na een hele tijd proberen komen de grijze visjes wat dichterbij. Na nog eens twintig minuten krijg ik er één gehaakt! Ik haal binnen en leg hem in het netje. Ik onthaak hem, knip een foto en kijk even naar zijn bek en vinnen. Het visje spartelt als een malle, waardoor hij veel schubben verliest. Ik twijfelde over de soort, toen ik het visje zag dacht ik aan sprot. Maar de sprot die ik laatst ving verloor geen schubben en was ook lang niet zo wild. Verder had dit visje een roze glans in het zonlicht, dat had die sprot ook niet. Daarom raadpleeg ik de vissengids app. Dit is de eerste keer dat ik er voor determinatie gebruik van maak en dat werkt prima! Plaatjes vergelijken is een stuk makkelijker dan kenmerken zoeken. In de app kom ik er achter dat het een kleine haring is!
Mini haring
Mijn 55ste vissoort! Niet waar ik voor ging, maar toch ben ik er heel blij mee.

Op deze manier vis ik verder. Na een tijdje vang ik nog een harinkje, deze is een centimeter groter dan de vorige. Helaas weet deze met zijn gespartel vrij te komen voordat ik er een foto van kan maken. Wanneer het water weer begint te zakken trekken de kleine visjes verder de diepte in. Daarom ben ik nog even langs de kadewand gaan proberen. Hier heb ik nog een paar zwarte grondels gevangen. Om half negen ben ik gestopt met vissen en aan de reis naar huis begonnen.